Laten we bij het begin beginnen. De term klinkt misschien technisch, maar het concept is verrassend simpel. Een fifth freedom flight (of vijfde vrijheidsvlucht) is een vlucht waarbij een luchtvaartmaatschappij passagiers vervoert tussen twee landen, die beide niet het thuisland van de maatschappij zijn, als onderdeel van een langere route die begint of eindigt in het thuisland.
Denk aan een buslijn. Stel, een bus vertrekt uit Amsterdam (thuisbasis), rijdt naar Parijs, stopt daar om mensen uit te laten stappen en nieuwe passagiers op te pikken, en rijdt vervolgens door naar Madrid. De passagiers die enkel het stukje van Parijs naar Madrid meerijden, maken gebruik van wat in de luchtvaart een “fifth freedom” route zou zijn.
Een plekje binnen de freedoms of the air
In de internationale luchtvaart zijn er negen zogeheten “vrijheden van de lucht” (freedoms of the air). De eerste en tweede vrijheid gaan over het recht om over een land te vliegen of er te landen voor een tankstop. De derde en vierde gaan over het brengen en halen van passagiers naar je thuisland.
De fifth freedom rights gaan een stap verder. Ze geven een airline het recht om passagiers op te pikken in een vreemd land en ze naar een ander vreemd land te vliegen. Zonder deze afspraken zou een vliegtuig met lege stoelen moeten doorvliegen, wat economisch onrendabel is.



