Je zou denken dat een piloot simpelweg het gaspedaal (of de ’throttle’) opendraait en dat het toestel altijd dezelfde snelheid haalt. De werkelijkheid is echter een complex samenspel van factoren. De snelheid vliegtuig wordt constant beïnvloed door techniek, natuurkunde en economie.
Technische factoren: Gewicht en kracht
Elk vliegtuig heeft een ideale balans. Een zwaargeladen Boeing 777 vol passagiers, bagage en brandstof heeft meer lift nodig om in de lucht te blijven dan een halfleeg toestel. Om die lift te genereren, moet er vaak sneller gevlogen worden, of moet de invalshoek veranderen, wat weer meer weerstand oplevert. De maximumsnelheid vliegtuig is dus zelden de snelheid die daadwerkelijk gevlogen wordt; motoren worden gespaard om slijtage te voorkomen.
Omgevingsfactoren: De kracht van de natuur
De lucht waarin we vliegen is niet statisch. Windkracht is de grootste variabele. Een stevige ’tail wind’ (wind mee) in de straalstroom kan je snelheid ten opzichte van de grond met honderden kilometers per uur verhogen. Daarnaast spelen luchtdruk en temperatuur een enorme rol. In koude lucht zijn de moleculen dichter op elkaar gepakt, wat invloed heeft op de prestaties van de motoren en de aerodynamica.
Economische factoren: De Cost Index
Voor luchtvaartmaatschappijen draait alles om de ‘Cost Index’. Vliegen op topsnelheid zuipt kerosine. Maatschappijen zoeken constant naar de ‘sweet spot’: snel genoeg om op tijd te zijn (zodat passagiers hun overstap halen en crew niet overwerkt raakt), maar langzaam genoeg om brandstof te besparen. Als travel hacker merk je dit soms: als een vlucht vertraagd is, kan de piloot besluiten ‘gas te geven’ en meer brandstof te verbruiken om de vertraging in te halen.



