Stel je voor dat je met een boot over een kalme zee vaart. Ineens kom je in de buurt van de kust waar de golven hoger zijn. Je voelt de boot op en neer gaan, maar de boot zinkt niet; hij reageert simpelweg op het water. Wat is turbulentie in een vliegtuig dan precies? Eigenlijk is het hetzelfde, maar dan in de lucht.
Lucht is niet leeg; het is een vloeistofachtig gas. Soms verandert de snelheid of de richting van de luchtstroom plotseling. Wanneer een vliegtuig door deze veranderende luchtlagen vliegt, voel je dat als vliegtuigschudden. Het is niets meer dan de reactie van het toestel op de onzichtbare “golven” in de atmosfeer. Voor een piloot is het vergelijkbaar met een auto die over een kasseienweg rijdt: oncomfortabel voor de passagier, maar routine voor de bestuurder en de machine.



